Multifunctioneel gebruik

Natuurinclusief bouwen en multifunctioneel gebruik

Onze elektriciteitsvoorziening vraagt om ruimte. Fossiele brandstoffen worden onder of boven de grond gewonnen en verbrand in elektriciteitscentrales. Windenergie op land en zonne-energie worden op verschillende plekken in ons landschap ingepast. Voor windenergie op zee worden grote gebieden op de Noordzee aangewezen.

Deze gebieden zijn in eerste instantie aangewezen om Nederland te voorzien van grote hoeveelheden duurzame elektriciteit. Maar de windturbines, kabels en platforms op zee gebruiken slechts een klein deel van de aangewezen gebieden. Zo staan de windturbines ongeveer een kilometer uit elkaar, waarbij een veiligheidszone van 50 meter geldt.

Er is dus ruimte om een groot deel van het gebied voor meerdere doeleinden te gebruiken, zolang deze activiteiten op een veilige en duurzame manier naast elkaar worden uitgevoerd. Denk aan projecten die de ecologie en biodiversiteit versterken. Of activiteiten als passieve visserij en zeewierteelt.

Ørsted werkt samen met overheden, lokale gemeenschappen, natuurbescherming- en milieuorganisaties en andere gebruikers van de Noordzee om te bezien welke vormen van multifunctioneel gebruik mogelijk zijn. Samenwerking, het vormen van effectief beleid en het uitvoeren van pilot-projecten moeten helpen om in de toekomst een optimale benutting van de ruimte binnen windparken op zee mogelijk te maken.

 

Nieuwe riffen in windpark Borssele 1&2 

Alleen het bestaan van windparken op zee levert al een positieve bijdrage aan de ecologie op de Noordzee. Op de fundaties van de windturbines groeien algen, mosselen en oesters. En visbestanden kunnen aangroeien binnen het windpark omdat daar niet op grote schaal gevist mag worden.

In het windpark Borssele 1&2 test Ørsted een nieuw concept om de biodiversiteit in het Nederlandse deel van de Noordzee nog verder te ondersteunen. Door het installeren van kunstmatige riffen worden schuilplaatsen en voedingsgronden gecreëerd voor Atlantische kabeljauw en andere grote vissoorten.

De riffen bestaan uit grote betonnen pijpen, die in een cirkelvorm op de zeebodem zijn geïnstalleerd. In deze nieuwe rif-formaties – die we ‘kabeljauwpijpriffen’ noemen – ontstaan holten en schuilplaatsen. Daar kan de kabeljauw onderdak zoeken en zich voeden met bijvoorbeeld kleinere vissen en krabben.

De ‘kabeljauwpijpriffen’ zijn ontworpen in nauwe samenwerking met onderzoekers van Wageningen Marine Research. Zij onderzoeken de komende jaren ook de ecologische effecten van het project, met steun van het programma De Rijke Noordzee. Dit onderzoek draagt bij aan de ontwikkeling van kennis en ervaring voor toekomstige natuurontwikkelingsprojecten in windparken op de Noordzee.'

 

Het ruimtegebruik van offshore wind op de Nederlandse Noordzee

Het Nederlandse deel van de Noordzee is 57.800 vierkante kilometer groot. Daarmee is het ongeveer 1,5 keer zo groot als het Nederlandse landoppervlak. In 2019 werd 0,23 procent van het Nederlandse deel van de Noordzee in beslag genomen door offshore windparken.

Met de verwachte uitbouw van offshore wind zal dit in 2023 zo’n 1,65% zijn. In 2030 wordt naar verwachting dan 1600 vierkante kilometer gebruikt voor offshore wind, goed voor ongeveer 2,8% van de Nederlandse Noordzee.

Daarmee neemt het aanzienlijk minder ruimte in dan bijvoorbeeld natuurgebieden (20%), kabels en leidingen (13% inclusief onderhoudszones) en scheepvaartroutes (6,3%).

Het windpark Borssele 1&2 dat Ørsted voor de kust van Zeeland bouwt heeft een omvang van 138 vierkante kilometer, wat neerkomt op 0,24% van de Nederlandse Noordzee.

 

Onze windparken

In Nederland bouwen we windpark Borssele 1&2